Prydi Dressage Special lakleer

12,5 jaar Prydi zadels

Prydi zadelsPRYDI Saddles viert 12.5-jarig jubileum 

Ze is niet bezig met méér, gróter en véél. Wél met goed passende zadels en tevreden klanten. Ter ere van het 12,5-jarige bestaan van PRYDI Saddles doken we in de geschiedenis van het merk. Hoe ontstond het? En wat dreef ‘de moeder’ van de zadels met perfecte IJslanderpasvorm om tot het uiterste te gaan? Een interview met Cornelia Gottschald, aka Neel Prydi. ‘Mijn zadels zijn geen modeartikelen, het zijn kunstwerken.’

Eigenlijk ontstond PRYDI Saddles uit een persoonlijke zoektocht naar een zadel dat goed op de paardenrug én goed bij haar eigen lijf zou passen. Opgegroeid met de boeken van Lise Gast en Ursula Bruns kocht Neel Gottschald op haar 28ste haar eerste, eigen harige paard, een IJslander. “Het ging op afbetaling en geld voor een goed zadel had ik niet meer. Ik moest het doen met een goedkope gebruikte, waarover ik van begin af aan ontevreden was, ” vertelt ze. “Van lieverlee kwam ik in contact met andere IJslanderruiters, keek waar zij mee reden en deed inspiratie op. Goertz, HGG, Piet Hoyos, er kwam van alles voorbij. Mijn eerste zelf gekochte zadel was een Barnsby, met stegen. Met de kennis van nu weet ik dat mijn paard destijds niet goed kon tölten omdat die stegen in de weg zaten en het zadel veel te lang was. In ieder geval begon mijn missie bij dat zadel. Via eBay kocht ik af en toe andere zadels om te proberen. Ik legde ze op allerlei verschillende ruggen en mijn uitgangspunt was altijd: bij welke paardenrug past welk zadel, en waarmee kan ik lekker rijden? Omdat ik ook een tijdlang heb gefokt met IJslanders, waren er door de jaren heen steeds weer verschillende ruggen beschikbaar om te passen.”

In 2004 begon Neel met een internetwinkeltje op Marktplaats om gebruikte zadels die ze zelf niet meer nodig had, door te verkopen. “Op dat moment was ik al gespecialiseerd in korte zadels, zonder stegen. Dat kwam mooi uit, want zadels met een betere pasvorm voor paarden met een korte rug kwamen net op. Ik heb er behoorlijk wat geprobeerd, opgeknapt en doorverkocht.” In 2006 was Neels honger naar meer kennis zo groot geworden, dat ze zich inschreef voor de MSFC-opleiding tot zadelpasser – onder leiding van Drs. Gerry van Oossanen, die gespecialiseerd is in rugproblemen en neurologie. “Ik werkte destijds bij de gemeente Opmeer en moest toestemming vragen om die opleiding naast mijn gewone werkzaamheden te mogen volgen. Dat werd gelukkig goedgekeurd. Anders dan nu – de opleiding is nu ingekort en wordt zelfs virtueel aangeboden – volgden wij de lessen klassikaal en vaak moesten we er een heel weekend heen om les te krijgen. Het slagingspercentage was laag, het bleek een zeer pittige en gedegen opleiding. Hoewel ik al jaren bezig was met zadels was het voor mij ook een eyeopener. Mijn esthetische gevoel was altijd al juist, maar nu kreeg ik er eindelijk achtergronden bij die mijn ervaringen bevestigden. Anatomie en biomechanica lessen, de opbouw van een zadel… Het was een perfecte aanvulling. De opleiding was heel universeel, maar we behandelden voornamelijk zadels voor grote paardenrassen. Uit eigenbelang keek ik natuurlijk vooral naar wat geschikt zou zijn voor IJslanders. ”

Een kleur als een klein meisje

Omdat Neel na een gebroken ruggenwervel die weer aan elkaar is gegroeid nooit pijnvrij in het zadel kan zitten, is ze kritisch. Ze had nog steeds geen zadel gevonden dat haar niet téveel steun gaf, maar waarmee ze wél zonder pijn in de juiste houding kon zitten. Na haar opleiding besloot ze dan ook om zelf een lijn zadels te ontwerpen en die te laten maken. “Ik had al goed contact met een zadelmakerij in Engeland,” vertelt ze. “Daar heerst een rijke historie van paard- en ponyrijden, er zit veel expertise. En vooral ook veel ervaring met allerlei kleine, bredere paardenrassen. De afspraak was dat deze zadelmaker vijf zadels voor mij zou maken, waarna ik zou besluiten of ik ermee door zou gaan.”  Neel Prydi

Op het moment dat er twee modellen klaar waren, kondigde de maker aan dat hij de zadels persoonlijk bij Neel zou komen afleveren. Hij wilde de zadels met eigen ogen op haar paarden zien. Neel: “Dat vond ik fantastisch en toen hij kwam, was het net of ik een oude vriend terugzag. Hij was de baas van de zadelmakerij en heeft uiteindelijk twee dagen bij ons gelogeerd. We hebben de twee zadels gepast op alle paarden in mijn omgeving en er verschillende ruiters op gezet. Waar andere zadels naar voren gleden of te recht waren, daar bleven deze twee zadels van begin af aan keurig op hun plek liggen. Zelfs op mijn oude merrie met een heel moeilijke bouw – rechte rug, geen schoft, geen schouders, geen oprichting maar een bolle buik en een voorlijke singelgroeve – en op paarden met gemiddelde en normale ruggen. De basismodellen waren dus direct een groot succes.” 

Op deze twee succesnummers bouwde Neel haar merk PRYDI, vernoemd naar haar eigen zwartbonte in 1997 gefokte IJslandermerrie, verder op. “De naam betekent versiering, of sieraad,” vertelt Neel. “Die betekenis vond ik wel toepasselijk, een zadel is niet alleen een gebruiksvoorwerp maar het mag ook mooi zijn; als een sieraard voor op de paardenrug.” In de loop der jaren zijn de PRYDI-zadels nog vele malen aangepast. Neel: “Dan weer wilde ik de singelstoten anders, de kussens zijn meerdere malen veranderd, de beugelophanging, het kopijzer, de lengte van de zweetbladen… Op een keer kwam mijn zadelmaker weer bij ons langs, ging heel serieus zitten en zei: ‘Cornelia, jij hebt nu zoveel verschillende uitvoeringen; onze zadelmakers raken ervan in de war. Wil je het alsjeblieft wat minder ingewikkeld maken en je modellen meer aspecifiek maken?’ Ik kreeg er een kleur van, want nog steeds voel ik me een klein meisje tegenover deze ervaren zadelmakers. Ze hadden natuurlijk gelijk, de meeste merken voeren gewoon een beperkt aantal breedtes en lengtes verdeeld over een paar modellen. Terwijl bij mij bijna ieder zadel uniek was, mede door de verschillende leerkleuren waaruit de klant kan kiezen. Door de jaren heen heb ik natuurlijk enorm aan de weg getimmerd, ik zie mijn zadels ook als unieke kunstwerken. Maar uiteraard heb ik respectvol naar deze heren geluisterd. De zweetbladen zijn nu bijvoorbeeld zoveel mogelijk universeel. Het was een goed leermoment want in feite werd ik gedwongen om mijn eigen zadels nóg kritischer te bekijken: wat wil ik nou eigenlijk écht? Ik kwam erachter dat ik wel een beetje uit-geëxperimenteerd was. Ik ben nu heel tevreden met mijn producten zoals ze zijn. Maar (met een knipoog) toch is de diversiteit gebleven. Ik werd dus niet zo universeel als zij hadden gewild.”

Een flinke portie dienstbaarheid

Samen met haar partner Gerard en haar mini-kudde IJslanders woont Neel, die als geboren Duitse op haar 18de in Nederland verzeild raakte en daar 38 jaar woonde, inmiddels bijna tien jaar vlakbij Meppen, in het Duitse Emsland, vlak over de grens bij Emmen. Neel: “Dat bevalt ons en de paarden uitstekend. We wonen hier midden in de natuur, in een klein dorpje waar slechts tijdens de spits een auto langs komt. In het Noord-Hollandse Nieuwe Niedorp waar we voorheen woonden, hoorde je áltijd verkeer. Hier hoor je vaak alleen de vogels en insecten. De kwaliteit van leven is hier veel beter. Ik kijk uit over de velden en bossen en ’s nachts is het nog echt donker. Achter ons huis heb ik een bak en als ik daaruit rijd ben ik na vijftig meter in het bos. Verderop is een klein riviertje, daar kun je prachtig langs rijden. Er sluit zelfs een ruiterroute op aan. En ook achter het huis, waar een militair terrein is, kun je goed rijden.”

Door de verhuizing naar Duitsland en omdat ze inmiddels bijna met pensioen mag, is Neels werk veranderd. Waar ze haar klanten voorheen altijd persoonlijk bezocht om te passen en adviseren, daar werkt ze nu meer en meer met ervaren zadelmakers en – passers samen. Zo ook met zadelpasser Hans van Dijk van Atorka, die zelf kwam met de vraag of hij de PRYDI-zadels mocht gaan verkopen. “Hans en Yvonne zijn heel dynamisch bezig en Hans heeft plezier in het bezoeken van klanten door heel Nederland en België. Ikzelf zit, mede om mijn rugproblemen, helemaal niet meer graag in de auto. Daarom ben ik nu voornamelijk adviserend en ondersteunend bezig. Als je mij foto’s stuurt van de paardenrug, dan kan ik met mijn ervaring zien: dit zou best eens kunnen passen. Als de basismaat klopt, kun je verder alles aanpassen en vind ik het prachtig om kleuren en uitvoeringen te adviseren.”

Op de vraag waarom Hans nog meer een ‘ja’ kreeg op zijn vraag, zegt Neel: “In eerste instantie omdat hij dezelfde opleiding heeft gevolgd als ik – en een goede naam heeft opgebouwd. Bovendien is hij enthousiast over mijn zadels. Met die waardering kun je ze ook goed verkopen. Omdat hij meerdere merken verkoopt, maakte ik me in het begin wat zorgen dat mijn kleine merk onder zou sneeuwen. Maar dat bleek niet het geval. Ik ben er nu ook trots op dat hij mijn zadels wil verkopen. Net als in mij zit ook in Hans een flinke portie dienstbaarheid en eerlijkheid. Hij wil gewoon graag dat een zadel goed past; het is ons niet in eerste instantie om geld te doen. Velen hebben mij al gezegd dat ik mijn zadels duurder zou moeten maken. Maar ik denk dan: ‘Dat past niet bij mij’. Hans heeft dat ook, we willen mensen gewoon graag aan een goed passend zadel helpen. Het merk PRYDI hoeft ook niet groter te worden. Natuurlijk ben ik trots op mijn merk en uiteraard vind ik het leuk om mijn logootje ergens terug te zien. Ook vind ik het geweldig als een goede zadelmaker, dierenarts of osteopaat mijn zadels aanbeveelt. Maar het hoeft allemaal niet zo in het oog te springen, ik houd het bescheiden. Mond-op-mond reclame heeft het altijd goed gedaan voor PRYDI, dat zal ook in de toekomst voornamelijk zo zijn.” 

Geen modeproduct

Heeft Neel overwogen om bijpassende hoofdstellen te gaan ontwerpen? “Ja, daarover heb ik wel nagedacht,” zegt ze. “Maar hoogstwaarschijnlijk ga ik dat niet doorzetten. Er zijn bijna geen zadelmakers die dat willen of kunnen. Daarbij weet ik niet of ik me daar zelf nog zo intensief mee bezig wil houden. Je komt dan toch in die ‘modevechtwereld’ terecht. Er zijn maar weinig mensen die 200-300 euro willen uitgeven voor een hoofdstel. Men koopt liever ieder jaar een ander. Bovendien heb ik het ei van Columbus nog niet gevonden, qua hoofdstellen. Ik test zelf wel van alles hoor en dan beland ik vaak toch weer bij de klassieke modellen.” Wel slaagde Neel erin om een moderne asymmetrische singel op de markt te brengen, in samenwerking met de Duitse Firma Quittpad. Tijdens de ontwikkeling en nauwe samenwerking is dit model een aantal jaren uitvoerig getest en verbeterd, net als de zadels toentertijd. Met als resultaat een fijne zachte paard-vriendelijke singel die bovendien in de wasmachine bij 60 graden wasbaar is.

De overgrote meerderheid van kopers zijn in de 12,5 jaar dat PRYDI bestaat, nog steeds super tevreden over de zadels. Mensen doen vaak jaren met een zadel en ze belanden zelden op de tweedehands markt. Heel soms vind je er een van tien jaar oud en goed onderhouden, nog net zo mooi als toen het in eerste instantie werd verkocht. Ondanks de sieraad-factor is het overduidelijk geen modeproduct. Na al het werk dat ze erin heeft gestoken, kan Neel zich wel opwinden over imitaties die opduiken. “Ik wil mensen waarschuwen dat ze zich niet teveel moeten laten verblinden door populaire merken met grote marketingbudgetten en schreeuwerige reclame-uitingen. Hoewel PRYDI-zadels er mooi uitzien, zijn het geen modeartikelen. Het zijn stukken handwerk die met veel liefde en toewijding worden gemaakt met de bedoeling duurzaam te zijn.  Ieder stukje leer wordt met de hand gesneden. De modellen hebben een lang ontwikkelingstraject doorlopen – van papier op leer – zodat het eindresultaat nagenoeg ideaal is. Daarom zijn mijn zadels niet te vergelijken met fabriekszadels uit verre landen. PRYDI-zadels hebben blijvende waarde. Ze zijn als die IJslandse trui die je zelf breit, en niet zomaar in de wasmachine gooit maar met liefde een handwasje geeft. Gelukkig staan steeds meer mensen daarbij stil. Dat we na al die jaren nog steeds bestaan is een kwaliteitsbewijs. PRYDI  heeft zich in die 12,5 jaar heel rustig aan verspreid. Als een spinnenweb dat steeds groter wordt. Je vindt ze tot in de uiterste grenzen van Duitsland, in Denemarken, Oostenrijk, België, Luxemburg en uiteraard heel veel in Nederland.”

Viola Robbemondt

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top